Advies wetsvoorstel tot wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting.

23-06-2014 10:35

Samenvatting advies novelle Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting

DATUM PUBLICATIE: maandag 23 juni 2014 - DATUM ADVIES: donderdag 5 juni 2014

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel tot wijziging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, dat in behandeling is in de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel is op 20 juni 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

Inhoud

Doel van het wetsvoorstel is om ervoor te zorgen dat woningcorporaties zich concentreren op de kerntaken. Hiervoor moeten deze instellingen een splitsing aanbrengen tussen taken die samenhangen met diensten van algemeen economisch belang (Daeb) en overige taken. Daarnaast wordt de positie van gemeenten ten opzichte van woningcorporaties versterkt en wordt het toezicht op de woningcorporaties anders vormgegeven. De Afdeling advisering onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt opmerkingen over de verhouding met het Europese recht, de splitsing van taken, de samenwerkingsverbanden en de delegatie. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is.

Verhouding Europese recht

De Afdeling advisering wijst erop dat de invulling van het volkshuisvestingsbeleid in overeenstemming moet zijn met het Europese recht. Het betreft hier met name het vrij verkeer, het mededingingsrecht en de bepalingen over staatssteun. In het verleden heeft Nederland herhaaldelijk met de Europese Commissie overleg gevoerd over de te nemen maatregelen met betrekking tot de financiering van woningcorporaties. Zo heeft Nederland in 2009 toegezegd het functioneren van de woningcorporaties en de gunstige maatregelen voor deze corporaties te zullen wijzigen. De Europese Commissie heeft ingestemd met deze toezegging, waarmee onder die voorwaarden de bestaande steunmaatregelen door de Europese Commissie zijn goedgekeurd. Eén van die voorwaarden betreft het hanteren van een inkomensgrens van € 33.000. Volgens de toelichting op het wetsvoorstel zal een grens van € 38.000 worden gehanteerd. De Europese Commissie heeft in het verleden het standpunt ingenomen dat steunmaatregelen in de sociale woningbouw zich moeten beperken tot kansarme of maatschappelijk minder bevoorrechte personen. Een inkomensgrens van € 38.000 ligt boven het modale inkomen en voldoet daarom niet aan dit criterium. Gelet hierop adviseert de Afdeling dragend te motiveren waarom de regering van mening is dat een inkomensgrens van € 38.000 voor de Europese Commissie toelaatbaar is en, indien dit nog niet gebeurd is, met de Europese Commissie in overleg te treden over dit wetsvoorstel.

Afbakening van taken

In het wetsvoorstel is ervoor gekozen om verdergaande beperkingen op te leggen in het takenpakket van de toegelaten instellingen dan vanuit Europeesrechtelijk oogpunt noodzakelijk lijkt. Zo mag een toegelaten instelling wel een buurthuis realiseren binnen de plint van een woongebouw, maar niet als het buurtgebouw als losstaand gebouw in een wijk met sociale huurwoningen wordt geplaatst. Toch kan ook in die situatie het buurtgebouw een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van dit woongebied en daarom vanuit Europeesrechtelijk oogpunt als een dienst van algemeen economisch belang worden aangemerkt. De Afdeling adviseert deze keuze dragend te motiveren. Indien de noodzaak niet dragend kan worden gemotiveerd adviseert de Afdeling de voorgestelde verdergaande beperking van het takenpakket van de toegelaten instellingen te laten vervallen.

Samenwerking

Het wetsvoorstel staat toe dat toegelaten instellingen onderlinge samenwerkingsverbanden aangaan. Tegelijkertijd beperkt het wetsvoorstel de schaal van de toegelaten instellingen tot de regionale woningmarkt. In de toelichting op het wetsvoorstel wordt niet ingegaan op de vraag of instellingen uitsluitend binnen de eigen regio samenwerkingsverbanden kunnen aangaan of dat deze zich ook daarbuiten kunnen uitstrekken. De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de wijze waarop de wens tot regionale binding van de instellingen zich verhoudt tot het kunnen aangaan van samenwerkingsverbanden. Zo nodig adviseert de Afdeling het wetsvoorstel aan te passen.

Delegatie

Het wetsvoorstel bevat een aantal delegatiebepalingen. Hierbij is niet alleen sprake van delegatie van uitvoeringsregelgeving, maar ook van delegatie van inhoudelijke onderwerpen. Zo kan het gebied van de volkshuisvesting en de taken die samenhangen met diensten van algemeen economisch belang bij algemene maatregel van bestuur nader afgebakend. Het gaat hierbij om hoofdelementen van de wet, die de reikwijdte en de structuur in belangrijke mate bepalen. Delegatie van dergelijke elementen is in de regel niet aangewezen. De Afdeling adviseert de hoofdelementen van de regeling in het wetsvoorstel zelf op te nemen en de noodzaak van de overige delegatiebepalingen nader te bezien.

Lees de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de minister 

http://www.raadvanstate.nl/adviezen/zoeken-in-adviezen/tekst-advies.html?id=11257 

BRON: Raad van State

================= 

EMLS

Utrecht / Haaksbergen 23 juni 2014