Belangrijk arrest van de Hoge Raad over toegang tot de rechter bij niet-betaling van griffierecht wegens financiële omstandigheden

28-03-2014 13:16

Belangrijk arrest van de Hoge Raad over ontvankelijkheid bij niet-betaling van griffierecht wegens financiële omstandigheden.

Niet voldoen van griffierecht vanwege financiële omstandigheden bij een ingediend beroep- of hoger beroepschrift bij de rechter kan toch ontvankelijk worden verklaard.

 

De Hoge Raad wees vandaag ( 28 maart 2014 ) een belangrijk arrest wat gevolgen heeft voor de bezuinigingsplannen op de bezuinigingsvoorstellen van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven.

 

Het arrest  is te lezen op : http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:699

 

Met de heffing van het griffierecht in bestuursrechtelijke zaken heeft de wetgever onder meer beoogd dat rechtzoekenden aan de hand van de daaraan verbonden kosten een zorgvuldige afweging maken of het zin heeft een zaak aan de bestuursrechter voor te leggen (zie Kamerstukken II, 1984/85, 18 835, nr. 3, blz. 6, en Kamerstukken II, 1991/92, 22 495, nr. 3, blz. 125). Daarbij is de wetgever ervan uitgegaan dat heffing van griffierecht niet tot gevolg mag hebben dat aan bepaalde groepen rechtzoekenden in feite de toegang tot de bestuursrechter wordt ontnomen (Kamerstukken II, 1991/92, 22 495, nr. 3, blz. 125). Hieruit moet worden afgeleid dat de wetgever als uitgangspunt heeft genomen gevallen waarin de betrokkenen over de financiële middelen beschikken om het verschuldigde griffierecht te betalen, en dus in staat zijn de daaruit voortvloeiende last af te wegen tegen het nut van het voeren van een gerechtelijke procedure.

 

Dit laat onverlet dat zich gevallen kunnen voordoen waarin heffing van het ingevolge de wet verschuldigde bedrag aan griffierecht het voor de rechtzoekende onmogelijk, althans uiterst moeilijk maakt om gebruik te maken van een door de wet opengestelde bestuursrechtelijke rechtsgang. In een dergelijk geval kan de hiervoor in onderdeel 3.3.5 bedoelde, door de wetgever beoogde, afweging naar haar aard niet plaatsvinden. Mede gelet op het belang dat in een rechtsstaat toekomt aan de toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie, welk belang mede ten grondslag ligt aan artikel 6 EVRM en artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, kan daarom in een dergelijk geval ook buiten de werkingssfeer van de genoemde artikelen niet worden aanvaard dat een (hoger) beroep wegens het onbetaald blijven van griffierecht niet-ontvankelijk wordt verklaard. Binnen het kader van de hier toepasselijke wettelijke regeling kan dit gevolg worden voorkomen door aan te nemen dat de betrokkene in deze gevallen met het achterwege laten van een betaling van griffierecht niet in verzuim is, als bedoeld in artikel 8:41, lid 2 (thans lid 6), Awb (vgl. de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 maart 2013, nr. 201110325/1/V2, ECLI:NL:RVS:2013:BZ4443, JB 2013/78).

3.3.8.

Het Hof heeft vastgesteld dat het (gezamenlijke) inkomen van belanghebbende en zijn echtgenote bestond uit een netto WWB-uitkering van € 1033,49 per maand, waarop maandelijks een bedrag van € 133,64 werd ingehouden in verband met een daarop gelegd beslag. Voorts heeft het Hof vastgesteld dat hun vermogenspositie negatief was. Deze vaststellingen zijn in cassatie niet bestreden. Onder deze omstandigheden kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat belanghebbende door het niet betalen van het griffierecht in verzuim is geweest, zodat het Hof de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep terecht achterwege heeft gelaten.

 

Zie ook de uitgebreide conclusie van 50 punten de dato 26 juli 2013 van de Advocaat-Generaal IJzerman  van de Hoge Raad.  http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2013:642

 

=========================================================================================

 

Eerste annotatie van EMLS

 

Betalingsonmacht kan niet leiden tot beperken van de toegang tot de rechter.

Het EHRM-arrest van 21 feb. 1975, nr. 4451/70 (Golder vs Engeland) is door voornoemde arrest van Hoge Raad van vandaag niet aangetast en het cassatieberoep van de Minister van Financiën is ongegrond verklaard onder instandhouding van het arrest van het Gerechtshof

 

Zie ook het artikel op deze EMLS-website van 23-09-2013 onder de titel : Beperking toegang tot de Nederlandse rechter zal leiden tot Europees-rechtelijke interventie.

=========================================================================================

                                                                                              

EMLS

Utrecht / Haaaksbergen, 28 maart 2014