Nederlandse deurwaarder onbevoegd in exequaturprocedure jegens Nederlander met daarin vordering benadeelde partij kan in Nederland ten uitvoer worden gelegd.

02-10-2014 20:52

Arrest Hoge Raad van 26 september 2014

ECLI:NL:HR:2014:2816, Hoge Raad, 14/00151

 

INLEIDING

 

Een Nederlander die in België spreekt met de directie van een in België gevestigd bedrijf wordt onderwerp van een strafvorderlijk onderzoek nadat dit bedrijf is gefailleerd. In België (en ook in vrijwel alle andere EU-Lid-Staten) is het mogelijk dat het slachtoffer zelf een rechtszaak opstart tegen de verdachte. Hier was het die curator die aangifte deed en vervolgens zelf dat strafvorderlijk onderzoek entameerde. Deze Nederlander werd door de Belgische politie gehoord, in opdracht van de onderzoeksrechter.

 

In het najaar 2012 wordt deze Nederlander geconfronteerd met een te zijnen laste gewezen strafvonnis van de Belgische rechter van najaar 2010. Dat vonnis is bij verstek gewezen. Het vonnis houdt in een forse gevangenisstraf en een bestuur-verbod. Voorts is de vordering van de curator tot een fors bedrag toegewezen.

 

Tegen dat strafvonnis wordt verzet ingesteld, en - nadat dit is mislukt - hoger beroep. Echter de curator verlangt nakoming van dat strafvonnis voor wat betreft deze toegewezen geldvordering. Die curator wendt zich dan tot de Nederlandse kortgedingrechter, en vraagt om een verlof-beschikking tot tenuitvoerlegging van dit Belgische strafvonnis in Nederland. Omdat die procedure niet voorziet in een vooraf Joren van betrokkene, krijgt deze Nederlander de verlofbeschikking van de Nederlandse rechter toegestuurd, en dreigt er vervolgens executoriaal beslag op het woonhuis van betrokkene.

 

Deze Nederlander dient vervolgens bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek in op grond van artikel 43 van de EEX-Verordening ter zake van de wederzijdse erkenning van uitspraken in burgerlijke en handelszaken, een soort verzet-procedure. Die rechtbank bepaalde vervolgens een mondelinge behandeling. Alsdan blijkt van een via een deurwaarder ingediend verweerschrift; de deurwaarder verschijnt ook ter zitting als procespartij namens

die Belgische curator. De rechtbank laat dat toe.

 

Ook op inhoudelijke gronden krijgt betrokkene ongelijk. Er was verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 1931 waarin toen een vordering benadeelde partij in een Belgisch strafvonnis niet aanstonds voor erkenning in Nederland in aanmerking kwam, omdat er twijfel kon bestaan of die rechtsgang wel voldoende zorgvuldig was. De rechtbank nu vond dat betrokkene zelf maar moest aantonen dat hij op een verkeerd (oud woon-)adres door de

Belgische rechter was opgeroepen. De rechtbank oordeelde het verzet ongegrond; de rechtbank liet aldus de gegeven verlof-beschikking in stand.

 

Deze procedure voorziet niet in de mogelijkheid van hoger beroep, maar alleen nog in die

van cassatie. Betrokkene stelde cassatie in. In zijn uitspraak van 26 september Jl. verwierp de

Hoge Raad dat cassatieberoep.

 

Deze uitspraak willen wij op de beide hierboven aangegeven onderdelen belichten.

II. Nederlandse deurwaarder onbevoegd in exequaturprocedure.

 

De rechtbank had nog geoordeeld dat nu een deurwaarder wel bevoegd is het verlof-verzoek bij de rechtbank in te dienen, daaruit ook zou mogen worden afgeleid dat die deurwaarder gerechtigd is een verweerschrift in te dienen en ter zitting (namens die Belgische curator) het woord te voeren, en verwierp derhalve de zijdens betrokkene ter zake opgeworpen klacht.

 

In navolging van zijn Advocaat-Generaal in diens Conclusie oordeelt de Hoge Raad de in cassatie herhaalde klacht gegrond. Verkort weergegeven wordt gesteld dat het hier gaat om een verzoekschriftenprocedure waarvoor de gewone procesregels gelden. Het verweerschrift moet derhalve worden ingediend door een (Nederlandse) advocaat.

 

De Hoge Raad stelt niet aan de orde dat enkel een Nederlandse advocaat het verweerschrift moet indienen. De Belgische curator voor zover deze tevens zelf advocaat is, mag immers wel ter zitting verschijnen en aldaar het woord voeren, mits hij zich alsdan laat bijstaan door een Nederlandse advocaat.

 

De Hoge Raad oordeelde dat betrokkene geen belang had bij zijn klacht, door te oordelen dat sprake was van een onvoldoende feitelijke onderbouwing. Dat oordeel verbaast in zoverre, nu betrokkene had gesteld dat hij werd benadeeld door een procederende deurwaarder als verwerende procespartij, zodat hij kosten had gemaakt en bovendien nog door de rechtbank in de proceskosten ten gunste van die Belgische curator was veroordeeld.

 

De Advocaat-Generaal oordeelde evenzeer dat betrokkene geen belang had bij zijn gegrond te achten klacht, maar baseerde dit op nader inhoudelijke gronden waardoor de beslissing van de rechtbank in stand zou kunnen blijven.

 

III. Belgisch strafverstek-vonnis jegens Nederlander met daarin vordering benadeelde partij

kan in Nederland worden ten uitvoer gelegd.

 

Met de verwerping van het cassatieberoep staat nu vast dat een Belgisch strafvonnis dat bij verstek is gewezen en waarin een (toewijzende) beslissing op de vordering van de benadeelde partij is vervat, in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd.

 

Degene die in enige strafzaak als verdachte wordt aangemerkt, dient zich derhalve tijdig van rechtsbijstand te voorzien ten einde mogelijk te maken dat er advocaatstelling plaats heeft bij het Belgische gerecht. Een eventuele wijziging in het woonadres hoeft dan betrokkene geen parten meer te spelen.

 

Deze uitspraak laat aldus toe, dat er in Nederland daadwerkelijke executie-maatregelen kunnen worden getroffen ter uitvoering van zo'n strafvonnis.

 

IV. Uitleiding.

 

Betrokkene is inmiddels in België onherroepelijk vrijgesproken in de strafzaak. Daarmee vervalt als zodanig ook de vordering van de curator als benadeelde partij.

 

Die curator blijft evenwel bevoegd zijn vordering (voor zover gestuit) alsnog bij de burgerlijke rechter aan te brengen. Die curator moet dan wel zelf alle feiten stellen en ook kunnen bewijzen.

 

Nu betrokkene op geen enkele manier als zaakvoerder of als beleidsbepaler kon worden aangemerkt, is niet te verwachten dat de curator nog nadere actie onderneemt.

 

V. Ten slotte.

Ter wille van de snelle leesbaarheid en de toegankelijkheid is hier afgezien van de juridische details. Deze zullen in een nader artikel aan de orde komen. op deze EMLS-website.

 

De uitspraak van de Hoge Raad is te lezen op : http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:2816

 

Gast-annotator.

 

=====

EMLS

=====

 

Utrecht / Haaksbergen, 2 oktober 2014