Samenvatting advies wetsvoorstel over uitvoering verordening bankentoezicht .

07-10-2014 14:43

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat de verordening bankentoezicht van de Europese Unie uitvoert. Het wetsvoorstel is op 7 oktober 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

 

EU-verordening bankentoezicht

De EU-verordening bankentoezicht regelt dat de Europese Centrale Bank (ECB) 'prudentieel toezicht' houdt op banken binnen de landen van de Eurozone en op banken in overige lidstaten die vrijwillig deelnemen aan het Europese bankentoezicht. In de EU-verordening is bepaald dat de ECB voortaan direct toezicht houdt op significante banken en indirect toezicht op minder significante banken. De Nederlandsche Bank (DNB) blijft direct toezicht houden op de minder significante banken. Met betrekking tot twee taken is de ECB voor alle banken de enige bevoegde instantie: het verlenen en intrekken van vergunningen aan banken en het afgeven van verklaringen van geen bezwaar voor de verwerving en afstoting van gekwalificeerde deelnemingen in banken. In het wetsvoorstel staan de wijzigingen van de Wet financieel toezicht (Wft) die volgens de minister noodzakelijk zijn als gevolg van de toedeling van taken aan de ECB.

 

Afbakening

De Afdeling advisering is van mening dat de toelichting bij het wetsvoorstel onvoldoende ingaat op de verschillen in afbakening van het prudentieel toezicht, zoals die volgen uit de EU-verordening bankentoezicht enerzijds en het nationale recht anderzijds. Ook geeft de toelichting niet aan op welke grondslag de voorgenomen samenwerking tussen de ECB en de Autoriteit Financiële Markten is gebaseerd.

 

Vestiging van kantoren

De Afdeling advisering meent verder dat de beoogde aanpassingen van de Wft onvoldoende tegemoetkomen aan de zogenaamde GTM-kaderverordening. Zo is in het wetsvoorstel impliciet bepaald dat de DNB eerst een besluit moet nemen over de vestiging van een bijkantoor van een buitenlandse bank op het grondgebied van Nederland voordat deze zich hier daadwerkelijk vestigt. Dit is echter niet de strekking van de verordening bankentoezicht. Daarin is namelijk bepaald dat het kantoor mag worden gevestigd en gewoon met zijn activiteiten mag beginnen als de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst geen andersluidend besluit heeft genomen. De Afdeling advisering adviseert daarom het wetsvoorstel op dit onderdeel aan te passen.

 

Leesde volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de minister hier.  http://www.raadvanstate.nl/adviezen/zoeken-in-adviezen/tekst-advies.html?id=11411     

 

Bron : Raad van State, Afd. advisering   

 

EMLS

===== 

Utrecht / Haaksbergen, 7 oktober 2014