Samenvatting adviezen over wetsvoorstellen bronbescherming journalisten

22-09-2014 19:24

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering waarin het recht op bronbescherming in strafzaken bij vrije nieuwsgaring wordt vastgelegd. Ook heeft de Afdeling advisering advies uitgebracht over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002). De wijziging houdt in dat een onafhankelijke bindende toets wordt ingevoerd voorafgaand aan de inzet van bijzondere bevoegdheden tegen journalisten, die gericht is op het achterhalen van hun bronnen. Beide wetsvoorstellen zijn op 16 en 22 september 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee zijn ook de adviezen van de Raad van State openbaar geworden.

 

Aanleiding: rechtspraak van het EHRM

 

Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) blijkt dat voor maatregelen die een inbreuk vormen op de journalistieke bronbescherming een voorafgaande onafhankelijke en bindende toetsing is vereist. Beide wetsvoorstellen zijn een reactie op deze EHRM-rechtspraak, die enkele malen tot een veroordeling van Nederland heeft geleid.

Bronbescherming ligt volgens het EHRM besloten in het recht op de vrijheid van meningsuiting van artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, waaronder ook de persvrijheid valt. De persvrijheid brengt rechten en plichten met zich. Het recht op bronbescherming komt journalisten toe op voorwaarde dat zij te goeder trouw handelen en correcte en betrouwbare informatie verstrekken in overeenstemming met de journalistieke ethiek, aldus het EHRM. Het EHRM overweegt dat een maatregel gericht op de onthulling van de bron slechts geoorloofd is als de rechter de maatregel vooraf heeft getoetst en heeft geoordeeld dat de maatregel gerechtvaardigd is door een zwaarwegend algemeen belang.

 

Inhoud wetsvoorstellen

In het wetsvoorstel tot wijziging van de Wiv 2002 wordt een rechterlijke toets geïntroduceerd voorafgaand aan de toepassing van bijzondere bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten tegen een 'journalist' gericht op de onthulling van zijn bron.

Het wetsvoorstel bronbescherming in strafzaken kent aan 'journalisten' en 'publicisten' verschoningsrecht toe bij het beantwoorden van vragen over de identiteit van de bron. Dit leidt ertoe dat strafvorderlijke dwangmiddelen die strekken tot onthulling van journalistieke bronnen, vooraf door de rechter worden getoetst.

 

Verschil in reikwijdte

Een belangrijk verschil tussen beide wetsvoorstellen is de reikwijdte van het recht op bronbescherming: de kring van beschermingsgerechtigden in de wijziging van de Wiv 2002 is beperkt tot 'journalisten', terwijl in het Wetboek van Strafvordering (Sv) naast 'journalisten' tevens 'publicisten' een beroep op bronbescherming kunnen doen. De regering heeft de Afdeling advisering gevraagd in haar adviezen in het bijzonder op dit verschil in reikwijdte in te gaan.

De Afdeling advisering komt tot de conclusie dat het verschil in reikwijdte geen steun vindt in de rechtspraak van het EHRM. In beide wetsvoorstellen gaat het om de normering van bevoegdheden die inbreuk kunnen maken op de persvrijheid met inbegrip van de bronbescherming. Voor beide wetsvoorstellen is het ook van belang, mede met het oog op een heldere uitvoeringspraktijk, om een zo duidelijk en eenduidig mogelijk wettelijk kader te hebben. De Afdeling advisering acht het daarom ongewenst dat voor beide wetten verschillende regimes gelden.

 

Journalisten en/of publicisten

 

De Afdeling advisering gaat voorts in op de vraag welke reikwijdte gehanteerd moet worden. Een restrictieve formulering van het recht op bronbescherming ligt volgens de Afdeling advisering voor de hand met het oog op de verstrekkende consequenties daarvan: bepaalde personen krijgen een geprivilegieerde positie ten opzichte van andere burgers op wie in beginsel de plicht rust getuigenverklaringen af te leggen. Door af te wijken van dit reguliere wettelijk regime kan de uitoefening van essentiële overheidstaken (strafvordering, nationale veiligheid) extra worden beperkt. Bronbescherming dient daarom naar het oordeel van de Afdeling advisering zoveel mogelijk als een uitzondering op de geldende wettelijke regels te worden vormgegeven.

 

Volgens de Afdeling advisering verdient het de voorkeur bronbescherming toe te kennen aan 'journalisten': degenen die zich hoofdberoepsmatig of in elk geval regelmatig tegen een tegenprestatie of beloning, bezighouden met het verzamelen, verspreiden of publiceren van informatie ten behoeve van het publieke debat.

Het wetsvoorstel bronbescherming in strafzaken, waar het verschoningsrecht naast 'journalisten' ook aan 'publicisten' (personen die op gestructureerde en regelmatige wijze, maar niet tegen betaling, een substantiële bijdrage aan het publieke debat) wordt toegekend, acht de Afdeling advisering te ruim en onbepaald. De uitbreiding naar de 'publicisten' gaat verder dan het EHRM in zijn jurisprudentie tot nu toe. Uit de toelichting op het wetsvoorstel wordt onvoldoende duidelijk wie als 'publicist' moet worden aangemerkt en of hij evenals de 'journalist' aan de standaarden van beroepsethiek is gebonden. Het gaat om een niet helder afgebakende beroepsgroep. Het begrip 'journalist' in het wetsvoorstel tot wijziging van de Wiv 2002 sluit volgens de Afdeling advisering aan bij de rechtspraak van het EHRM. Wel dienen 'journalisten' die andere vormen van beloning dan een financiële vergoeding ontvangen, ook onder het wetsvoorstel te vallen.

 

Verschoningsrecht

 

In het advies over het wetsvoorstel bronbescherming in strafzaken beveelt de Afdeling advisering aan in de toelichting op het wetsvoorstel nader in te gaan op de vraag waarom aan journalisten en publicisten verschoningsrecht wordt toegekend, aangezien de jurisprudentie van het EHRM daartoe strikt genomen niet noopt. De Afdeling advisering merkt op dat volstaan zou kunnen worden met het vastleggen van een rechterlijke toets voorafgaand aan de toepassing van dwangmiddelen tegen journalisten gericht op het achterhalen van de journalistieke bron, zonder aan hen verschoningsrecht toe te kennen.

 

Lees de volledige tekst van advies over het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de volledige tekst van het advies over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wiv 2002 .                                                                                                

 

Bron: Raad van State, Afd. Advisering

 

EMLS

Utrecht / Haaksbergen, 22 september 2014