Wetsvoorstel tot invoering van een civielrechtelijk bestuursverbod i.v.m. wetsvoorstel wijziging Faillissementswet.

03-09-2014 15:51

Het wetsvoorstel is vandaag 3 september 2014 bij de Tweede Kamer ingediend en daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 24 januari 2014 openbaar geworden. De Afdeling heeft het  advies ( Advies W03.13.0401/II ) uitgebracht over het wetsvoorstel tot wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid van een civielrechtelijk bestuursverbod.

 

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om bestuurders die zich bezig houden met faillissementsfraude of die zich schuldig hebben gemaakt aan wanbeheer in de aanloop naar een faillissement langs civielrechtelijke weg een bestuursverbod op te leggen. Iemand aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan maximaal vijf jaar niet tot bestuurder of commissaris van een bedrijf worden benoemd. Daarnaast kunnen andere bestaande bestuursfuncties niet langer worden uitgeoefend.

 

Doel wetsvoorstel.

 

De Afdeling advisering leidt uit de toelichting op het wetsvoorstel af dat het vooral is gericht op de bestrijding van faillissementsfraude. Echter, op grond van de tekst van het wetsvoorstel wordt het opleggen van een bestuursverbod niet alleen mogelijk bij faillissementsfraude maar ook bij wanbeheer in aanloop naar een faillissement. Wanbeheer en faillissementsfraude zijn verschillende, elkaar niet volledig overlappende begrippen. Daardoor heeft het wetsvoorstel kennelijk een ruimer doel dan in de toelichting op het wetsvoorstel is geformuleerd. De Afdeling adviseert het doel van het wetsvoorstel te verduidelijken.

 

Rol van de curator.

 

Een bestuursverbod kan worden gevorderd door het openbaar ministerie of door de curator in een faillissement. De primaire taak van de curator is het beheer en vereffening van de failliete boedel in het belang van de schuldeisers. De Afdeling advisering merkt op dat de curator nu met een nieuwe taak wordt belast die het belang van de schuldeisers in het faillissement niet dient. Sterker nog, deze nieuwe taak kan conflicteren met het belang van de schuldeisers, nu onder meer de kosten van een vordering van een bestuursverbod ten laste komen van de boedel. Een verdere verbreding van de taak van de curator kan verder tot gevolg hebben dat de curator ook breder ter verantwoording kan worden geroepen voor zijn doen en nalaten. De Afdeling adviseert de beoogde rol van de curator nader te bezien.

 

Beoordeling door de rechter

Een bestuursverbod is een ingrijpende sanctie en voor elke sanctie geldt dat zij proportioneel dient te zijn in het licht van de aard en de ernst van het feit waarvoor zij wordt opgelegd. De Afdeling advisering merkt op dat uit het wetsvoorstel noch uit de toelichting daarop blijkt welke criteria de burgerlijke rechter moet hanteren bij de beoordeling of een bestuursverbod gerechtvaardigd is. Zij adviseert in het wetsvoorstel aanknopingspunten te bieden op basis waarvan de rechter tot een dergelijk oordeel kan komen.

 

De volledige tekst van het advies van de Raad van State  en het nader rapport van de minister kunt U lezen op  http://www.raadvanstate.nl/adviezen/zoeken-in-adviezen/tekst-advies.html?id=11327                                                                                               

 

Bron: Raad van State

 

 

EMLS

Utrecht / Haaksbergen 3 september 2014