Energie // Zweden deed reeds wat de EU vroeg en mag niet worden gestraft omdat andere EU-landen het (nog) niet deden namelijk prijszone-instellingen
De Zweedse minister van Energie Ebba Busch nam het woord en zei meteen wat ze van plan was: “In Zweden hebben we een gezegde: duktig flicka – het brave meisje. Welnu, het brave meisje staat op het punt om stout te worden.”
Ze vertelde dat Zweden heeft gedaan wat de EU eigenlijk van alle lidstaten vraagt: het land heeft zijn elektriciteitsnet opgesplitst in vier interne prijszones, van noord naar zuid. Dat systeem zorgt ervoor dat als er in het noorden meer stroom is dan het net aankan, de prijs in het noorden daalt en die in het zuiden stijgt. Het prijsverschil levert de Zweedse netbeheerder geld op – zogeheten congestieopbrengsten. Vorig jaar incasseerde die netbeheerder maar liefst drie miljard euro aan dergelijke opbrengsten.
En precies daar zit het probleem. In het pakket aan maatregelen stelt de Commissie voor dat netbeheerders 25 procent van die congestieopbrengsten moeten afdragen aan een Europese pot, bestemd voor grensoverschrijdende verbindingen. Voor Zweden betekent dat: meer dan 700 miljoen euro per jaar gaat niet langer naar het eigen net, maar naar infrastructuurprojecten elders in Europa.
Beste jongetje van de klas
“Het is onacceptabel dat landen die een voortrekkersrol hebben, hiervoor worden gestraft”, zei Busch. Ze wees erop dat driekwart van de Zweedse congestieopbrengsten afkomstig is van interne knelpunten – niet van handel met het buitenland. En dat Duitsland, de grootste economie van de EU, zijn elektriciteitsnet helemaal niet heeft opgesplitst in prijszones, en dus ook geen congestieopbrengsten afdraagt. Bovendien stijgt de elektriciteitsprijs in het Zuid-Zweden juist doordat het land zijn goedkope groene stroom deelt met het buitenland. De prijs voor stroom in het buitenland ligt namelijk hoger, daarmee wordt de stroom voor de inwoners van Zweden automatisch duurder.
Als dit niet wordt aangepast in de wet, zei Busch vergaande maatregelen te overwegen zoals het beperken van de internationale verbindingen van het elektriciteitsnet. “Wij zijn altijd het beste jongetje van de klas geweest. Wij zijn bijna volledig af van fossiel opgewekte stroom en daarvoor worden we nu gestraft. Dat kan niet zo zijn.”
Nederland
Brusselse Nieuwe berichtte o.a. : Na afloop van het overleg van ministers stond de minister van Klimaat Stientje van Veldhoven de pers te woord. Het was haar eerste optreden in Brussel in haar nieuwe rol. Direct kreeg ze vragen over het vurige betoog van Zweden. “Als je veel geïnvesteerd hebt in hernieuwbaar en je deelt die stroom met andere landen, terwijl die andere landen die investeringen niet gedaan hebben – dan is het logisch dat je zegt: laten we dit eerlijk doen”, zei ze.
De situatie in Nederland is wel anders dan die in Zweden. Zweden produceert nagenoeg fossielvrije stroom en exporteert deze groene stroom structureel. Nederland leunt op haar beurt nog voor ruim 40 procent op fossiele brandstoffen, met name gas, voor het opwekken van elektriciteit – vooral op momenten waarop de wind niet waait of de zon niet schijnt. Als dat laatste wel het geval is, exporteert Nederland wel stroom naar het buitenland.
In Nederland speelt bovendien een ander probleem: het elektriciteitsnet is overvol waardoor bedrijven wachten op een aansluiting. Toch sloot Van Veldhoven zich aan bij het Zweedse principe: wie vroeg heeft geïnvesteerd in schone energie mag daar niet voor worden gestraft als de rekening wordt verdeeld.
Aanpassingen
Eurocommissaris voor Energie Dan Jørgensen kon het betoog van de Zweedse minister ook onmogelijk negeren. Hij benadrukte dat hij met de lidstaten in gesprek gaat over de opbrengsten van netcongestie en het afdragen daarvan aan de Europese Unie. Een overweging zou zijn dat de interne congestieopbrengsten niet afgedragen hoeven worden – wat in het geval van Zweden 75 procent van de inkomsten is.
Een akkoord op de korte termijn wordt niet verwacht: de onderhandelingen over het pakket lopen naar verwachting door tot eind 2026 of begin 2027. Tot die tijd gaan zon- en windparken in Europa, en Nederland, uit op het moment dat de vraag naar elektriciteit lager is dan het aanbod.