Glyfosaat // Nederland doet mee aan de internationale insectentelling. Boeren, burgers en buitenlui, gebruik je gezond verstand.
Nederland doet mee aan een internationale insectentelling. Niet meer om te onderzoeken óf er een ecologische ramp gaande is, maar vooral om te bekijken: valt er nog iets te redden
Want over één ding zijn ter zake kundige wetenschappers het wel eens: het gaat dramatisch slecht met bestuivende insecten.
Zonder insecten geen voedsel
Ongeveer 85 procent van alle voedselgewassen is afhankelijk van bestuiving door insecten. Zonder bijen, zweefvliegen en andere bestuivers verdwijnen veel fruitsoorten en landbouwgewassen uiteindelijk uit boomgaarden en supermarkten.
Juist daarom startte Nederland dit voorjaar een nieuwe landelijke telling van bestuivers. Acht professionele onderzoekers gaan de komende vijf jaar op 150 locaties systematisch bijen en zweefvliegen tellen. Het onderzoek maakt deel uit van een Europese poging om de ineenstorting van insectenpopulaties vóór 2030 af te remmen.
Zweefvliegen storten nog sneller in dan gedacht
Bij de start van het onderzoek presenteerden wetenschappers direct al schokkende cijfers. Op sommige plekken in Nederland blijkt het aantal zweefvliegen in dertig jaar tijd tot 90 procent te zijn afgenomen. En juist zweefvliegen zijn, na bijen, één van de belangrijkste bestuivers die we hebben.
Volgens entomoloog Theo Zeegers verdwijnen sommige soorten inmiddels met 3 tot 4 procent per jaar.
Oorzaken allang bekend
Wetenschappers zijn eensgezind over de belangrijkste oorzaken: pesticiden; stikstof; klimaatverandering en verdroging; verlies van leefgebied door intensieve landbouw.
Salland heeft een landschap vol raaigras, maïs, monoculturen en strak gemaaide bermen en op Landstede leren aankomend loonwerkers nog steeds gif te spuiten.
Dát bedreigt de voedselzekerheid.
De natuur raakt haar ritme kwijt
Daar komt klimaatverandering nog bovenop.
Onderzoekers zien dat insecten tegenwoordig gemiddeld drie weken eerder verschijnen dan veertig jaar geleden. Dat zorgt voor zogenoemde ‘fenologische mismatches’: de natuurlijke timing tussen planten, insecten en vogels raakt verstoord.
Sommige insecten verschijnen terwijl planten nog niet bloeien.
Vogels missen pieken van rupsen waar hun jongen van afhankelijk zijn.
En ecosystemen raken langzaam uit synchronisatie.
Niet elk groen helpt
Onderzoekers waarschuwen dat ‘groen’ niet automatisch biodiversiteit betekent. Strakke grasvelden en keurige plantsoenen blijken vaak ecologische woestijnen. Juist plekken met verschillende bloeiende planten, struiken, bomen, dood hout, rommelhoekjes en open zand trekken veel meer bestuivers aan.
Ook ecologisch beheerde gebieden laten zien dat herstel mogelijk is. In het Bargerveen in Drenthe gingen bijen en zweefvliegen juist vooruit nadat waterbeheer en natuurherstel werden aangepakt.
Ecocide of gezond verstand
Hoeveel gifgebruik vinden we nog acceptabel? Hoeveel natuur mag verdwijnen voor maximale productie? En hoeveel waarschuwingen van wetenschappers zijn nog nodig voordat politiek en landbouw echt ingrijpen?
Steeds meer onderzoekers zeggen inmiddels hetzelfde: zonder drastische maatregelen wordt de insectencrisis niet opgelost met wat bloemenzaad of een bijenhotel. Het landbouwsysteem moet veranderen. Niet ten koste van de boer en zijn familiebedrijf, want die kan geld verdienen met natuurbeheer. Wel ten koste van de agro-industrie en hun lobbypartijen BBB en LTO. En ook ten koste van de Rabobank, groot financier van de agro-industrie.
Daarom die internationale insectentelling. Niet meer om te onderzoeken óf er een ecologische ramp gaande is, maar vooral om te bekijken: valt er nog iets te redden?