Prejudiciële vragen over het toezicht op de advocatuur.

26-02-2026 09:04

Een juridisch adviseur, gemachtigd door een oud-advocaat overwegend kantoor gehoudende hebbende te Rotterdam als piket-en strafrechtadvocaat, bestuursrecht- en sociale verzekeringsrechtadvocaat stelde in een zitting bij de Rb-Den Haag voor de meervoudige kamer van de Raad van Discipline Midden-Nederland, voorheen geheten Utrecht het mogelijk ontbreken van afdoende nationale wet- en regelgeving conform het Europees recht dat als lacune aan de orde m.b.t. de bezettingen van de 11  lokale Dekenbureaus van de Orde van Advocaten, gezamenlijk zijnde het Bestuursorgaan Dekenberaad  en verzocht om over te gaan tot stellen van prejudiciële vragen aan het EU-Hof van Justitie onder aanhouding van de zaak.