Almelose Poortaffaire // Raad van State negeert art 267 VWEU prejudicieel-verwijzings verzoek.
De mondelinge behandeling bij de Raad van State op 20 juli 2026 strekte mede ten doel dat partijen hun stellingen toelichten.
Centraal stond in het hoger beroep of de beslissing van de Rechtbank Overijssel moest worden vernietigd.
In het procesdossier zat ook het bedreigingsdossier waaruit blijkt dat S. ontoelaatbaar onder druk is gezet om zijn verweer te staken.
Henk S vindt dat beide delen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Zwolle en Den Haag blijkbaar niet.
De huidige raadsman van S overlegde ter zitting diens pleitnota en deed namens S een verzoek ex art 267 VWEU
Het verwijzingsverzoek ex art 267 VWEU was ook reeds verankerd in het hoger beroepschrift.
Gebleken is dat het bedreigingsdossier, wat onderdeel vormde van het procesdossier, buitenbeschouwing is gebleven.
Ten onrechte, stelde de raadsman, want het ene is onlosmakelijk verbonden met het andere.
Juist is dat S niets tegen de huurder van het horeca-bedrijf zelf heeft. Wel tegen de eigenaar en verhuurder van grond en opstallen vastgoedman K.
De huurder moet met zijn grieven bij zijn huurbaas vastgoedman K zijn.
In tweede-termijn van de zitting van 20 juli 2026 betoogde S dat er nog mogelijk 10 allerlei poort affaire-gerelateerde zaken liepen zoals –WOZ bezwaren en beroepen
DE WOZ-aanslagen waren mede gebaseerd op allerlei erfdienstbaarheden zoals vrije toegang tot de voordeur, uitwegen rechte van overpad enz.
Die zijn er niet omdat uitweg niet mogelijk is vanwege o.a. de vreemde uitweg verval vanwege bouwwerk achter het perceel van S van een woningcorporatie
En verval van ingang en uitgang van de steeg door een vreemde verkoop van de gemeentelijke ondergrond van de steeg aan vastgoedman K
Bij doorvragen door S aan de naar Flevoland vertrokken burgemeester G, de notaris en gemeente en anderen stuitte S op een muur van weerstand.
Waarom ?
Opm.: EMLS
==========
Zie
zie ook
https://emls.webnode.nl/search/?text=Almelose+Poortaffaire
en zie